Ik geef het maar even door:
documenta 12 opening party
Friday, 15 June 2007, 9 pm, admission at 8 pm
The square between Schloss Wilhelmshöhe and the Bergpark
Schlosspark 3
34131 Kassel
Admission is free, no reservations necessary!
Ik geef het maar even door:
documenta 12 opening party
Friday, 15 June 2007, 9 pm, admission at 8 pm
The square between Schloss Wilhelmshöhe and the Bergpark
Schlosspark 3
34131 Kassel
Admission is free, no reservations necessary!
Het lettertype Helvetica (1957, Max Miedinger) bestaat vijftig jaar. Even aandacht dus. Toen ik dit blog begon heb ik bewust gekozen voor een schreefloze letter. Bij schreefloze letters denk ik nog altijd primair aan de Helvetica. Door Microsoft werd mijn keuze echter beperkt tot de Arial. Waarom de Helvetica niet, of moeilijk, op het internet kan worden gebruikt is me niet helemaal duidelijk.
Schrijven op het internet is anders dan schrijven in een krant. Dat heeft te maken met het oog van de lezer. Als je schrijft voor het ‘www’ moet je ervoor zorgen dat je tekst niet te lang is. Je hebt te maken met de surfende lezer. Die haakt snel af. Je moet dus zorgen voor pakkende kopjes en korte zinnen. Om het duidelijker, vlotter, leesbaarder te maken kies je dus voor een lettertype zonder franje.
De grootste fout van een uitgever zou kunnen zijn om Anna Karenina schreefloos te laten drukken. De schreefloze letter dient voor korte teksten. Primair voor bewegwijzering. Maar ook voor brochures, gebruiksaanwijzingen en voor internetteksten dus.
Toch wordt met de schreefloze letter nog altijd gedweept door ontwerpers en architecten. De letter is voor deze lieden geen middel, maar doel geworden. Zij gebruiken hem om reclame te maken voor zichzelf, een zeker esthetisch effect te verkrijgen. Gebakken lucht oogt beter dan Gebakken lucht. De brochures van veel architectenbureau’s dienen niet zozeer om te tonen hoe men in behoeften kan voorzien, maar meer om te laten zien dat men begrepen heeft wat ‘goede smaak’ is. Maar niet alleen brochures, ook hele boekwerken publiceert men – zelfs in het post-modernistische tijdperk, waarin franje weer mag - het liefst schreefloos.
Wim Crouwel is bekend als de éminence grise van het modernistische uitgangspunt ‘less is more’. Volgens Crouwel ligt de betekenis in de tekst, níet in het lettertype. Daarmee toont hij aan over de werkelijke ontwerpersgeest te beschikken. Een ontwerper is geen kunstenaar, maar dienstverlener. Zijn ontwerp valt op door onopvallendheid. Daarin schuilt de ware grootsheid. Ik weet ook zeker dat zelfs Crouwel Russische literatuur in een schreefletter zou laten zetten.
Voorzover ik begrijp wordt de Spanjaard Ferran Adriá opgevoerd als één van de honderd kunstenaars. Het plaatje hierbij doet onmiddelijk denken aan een symbool van Antoni Tàpies; de rode vlek met zwarte lijnen heeft iets Miró-achtigs. Adriá is dan ook een geboren en getogen Catalaan. Hij is echter géén kunstenaar, maar kok. Wel één van de beste in de wereld. Vermoedelijk is zijn werk eetbaar. Wat krijgt de documentabezoeker voorgeschoteld in de Orangerie? Half gesmolten telefoon-met-kreeft op Dalíaanse wijze, of gewoon Tournedos Picasso?
Miró noemde hij eens als zijn grootste favoriet. Van de oude kunst prefereerde hij Botticelli. Wat deze laatste betreft heb ik op dit moment alleen Assouline’s Hergé-biografie (1996) bij de hand. Helaas wordt hierin niet bekend wát Hergé aantrok in Botticelli.
Botticelli was meer middeleeuwer dan renaissanceschilder. Tijdgenoten zullen hem ‘conservatief’ hebben gevonden. De religieuze fanaticus Savonarola, die tegen het einde van het quattrocentro in Florence de macht naar zich toe trok, had een blijvende invloed op hem. Als het op politieke keuzes aankomt, was Botticelli misschien net zo naïef als Hergé. Ik ga hier niet dieper op in. Ik meld het alleen als frappante analogie. Botticelli was misschien - net als Hergé - eerder tekenaar, dan schilder, eerder een meester van de mise en scène, dan van het sprezzatura. Beiden hanteerden de ‘Klare Lijn’; beiden waren scenaristen.
Hergé was vooral liefhebber en verzamelaar van eigentijdse kunst. Hij had ook zélf graag schilder willen zijn. Op latere leeftijd heeft hij daartoe nog serieuze pogingen ondernomen; hij nam schilderlessen en liet de resultaten beoordelen door een bevriende kunstkenner. Deze zei hem eerlijk dat zijn schilderijen niet geweldig waren. Als perfectionist stelde Hergé zich niet tevreden met middelmatigheid. Hij accepteerde zijn incompetentie, zij het met moeite, en raakte nadien geen kwast meer aan.
Boven: Sandro Botticelli, detail uit Dante's Inferno (c. 1480-'85)
Onder: Georges Rémi: uit L'Oreille Cassée (1937)
Roger Buerger is de artistiek directeur van de documenta 12 (16 juni / 23 september). Zijn visie is te vinden op de documenta website. Buerger is iemand die binnen zijn betoog veel vragen stelt. Je krijgt even het gevoel dat je er zelf over mag nadenken, of dat ze retorisch zijn. Maar, dat is niet het geval. Buerger lijkt zo'n schoolmeester die zijn klas vragen stelt, om dan gauw - voordat de eerste wijsneus maar de tijd heeft z'n vinger op te steken - zélf het antwoord te geven. Het is in elk geval de moeite waard het stuk te lezen als voorbereiding op het bezoek aan Kassel. Buerger noemt de vormkwestie, of 'de migratie van de vorm' het hart van de tentoonstelling. Houdt daarbij Buerger's drie leitmotieven in de gaten; eveneens, hoe kan 't ook anders?, in de vragende vorm:
Er is de afgelopen dagen veel geschreven over de Rotterdamse brandgrens. Nog even, een laatste keer. Dat gedoe van Adriaan Geuze met z’n Fallerische (Faller = modelspoorbaanspul) geraniumlandschapje op het Rotterdamse Schouwburgplein, en ook die lichtbundels van Jeroen Everaert, bevielen me niet. (Misschien zou een tv-programma ‘Kunst, kitsch of megalanomie’ grappig zijn). Nu ja, in Rotterdam (The Netherlands) blijft het kleinschalig, ook al lijkt het als altijd weer groot(s) bedoeld. Het kan erger. Ik verwijs in dit verband naar twee sites. Lees vooral over de ‘naïveteit’ van Leni Riefenstahl en zie de kitscherige statements van Gert Hof (1951) over zijn eigen werk. Voor wie volgend jaar wegens de Olympics naar Beijing afreist: ook daar valt Hof ter plekke - al voor de tweede maal - te bewonderen.
Kitsch en de massa. Clement Greenberg schreef in 1939: 'Kitsch verandert uiterlijk, maar blijft inhoudelijk hetzelfde; het bestendigt het contact van de dictator met de volksziel' (vert. ep). Maar, ach meneer Greenberg, ook qua vorm is er intussen niet zoveel veranderd hoor. We hadden er een halve eeuw voor nodig de overeenkomsten tussen Hitler, Stalin en Mao te ontdekken. Ook tussen de Olympische spelen Berlin 1936 en die van 2008 in Beijing is het verschil te verwaarlozen.