vrijdag 10 april 2009

De Goede Stad

Het Nai organiseert de interactieve tentoonstelling 'Maak onze stad'. Woensdagavond vond een debat plaats over 'de levendigheid' van 'onze' binnensteden. Daarover ontbreekt duidelijke visie vindt het instituut. Een Img_0143hoogleraar Bestuur en Beleid en een stedebouwkundige gaven hun visie. De stedebouwkundige (brein achter o.a. The Red Apple in Rotterdam) bepleitte een vermeniging van functies (woon, werk, winkel), bewoners (arm&rijk, zwart&wit, slim&dom) en bebouwing (hoog&laag, smal&breed, beton&groen, verschillende typologieën). De hoogleraar vertelde hetzelfde verhaal anders, met verwijzingen naar de Chicago School en een pleidooi voor hooggekwalificeerde kunst in de publieke ruimte. Jules Deelder was ingehuurd voor de vrolijke noot. Zoals het een goede nar betaamt maakte hij op de juiste momenten de verkeerde opmerkingen. Er werd vaak en besmuikt gegniffeld. De teneur: Nederland kent geen grootstedelijke cultuur. Men wíl wel groots en meeslepend bouwen. En men wéet ook wel hoe dat moet. Maar ja, de politiek.



En inderdaad, de oorsprong van de echte metropool ontstond veelal tijdens dictaturen. Misschien is dit gegeven de wrange voorwaarde voor een levendig stadscentrum op termijn. In het Rotterdam tijdens de lauwe jaren 70 en 80, werd Img_0192alles wat maar neigde naar stadse allure, met een onwezenlijke dorpse atmosfeer bemorst. Ik herinner me een koeienweide bij De Doelen, een gazonnetje voor het stadhuis en Heliport werd Volendam. In het kantoorgebouw waar ik werkte, werd de statige entreehal vertimmerd tot laagdrempelige treurigheid. Marmer en messing maakten plaats voor gipsplaten spotjesplafonds en met schrootjes bespijkerde bakken waarin dorre planten. Woensdagavond bleef de slotconclusie enigszins esoterisch in de ruimte hangen. Is despotisme een voorwaarde voor een florerende metropool? Deze these ontbrak in de rijtjes met oplossingen van de sprekers. De enige die de stelling hardop poneerde was Deelder. Maar niemand reageerde. Hiervoor was De Dichter niet ingehuurd.



Boven: Amsterdam, Damrak op zondagmorgen 5 april



Beneden: Jules Deelder, "vierkant hoog en hoekig / gekanteld in het tegenlicht"



Website NAi



woensdag 18 maart 2009

In Nederland

ParoxEnige tijd geleden stopte ik met de consumptie van anti depressiva-pillen. Dat is te merken. Mijn door deze troep sedert lang vervlakte gevoelsleven geeft weer ruimte aan menschelijke emoties. Verrukte verliefdheid en tranen met tuiten. 't Kan weer! Ook mijn boosheid is terug! Lange tijd liet ik bloedzuigende belastingdienaren en nee-verkopende postkantoormedewerkers gelaten hun gang gaan. Tegenwoordig dien ik ze weer van repliek. Niet dat daardoor mijn belastingschuld daalt, of dat het me nu opeens lukt gewoon één postzegel aan te schaffen. Maar wél ondervind ik het genot, het gezuig en gepruttel op hooghartige hoon te attaqueren. Wie zich verschuilt achter regels, of mij niet als Klant behandelt, mag voortaan weer mijn giftige toorn verwachten! Heerlijk!



Wim de Bie's voordracht In Nederland van Jan Jacob Slauerhoff

In Nederland



In Nederland wil ik niet leven,
Men moet er steeds zijn lusten reven,
Ter wille van de goede buren,
Die gretig door elk gaatje gluren.
'k Ga liever leven in de steppen,
Waar men geen last heeft van zijn naasten:
Om ‘t krijschen van mijn lust zal zich geen reiger reppen,
Geen vos zijn tred verhaasten.



In Nederland wil ik niet sterven,
En in de natte grond bederven
Waarop men nimmer heeft geleefd.
Dan blijf ik liever hunkrend zwerven
En kom terecht bij de nomaden.
Mijn landgenooten smaden mij: ,,Hij is mislukt."
Ja, dat ik hen niet meer kon schaden,
Heeft mij in vrijheid nog te vaak bedrukt.



In Nederland wil ik niet leven,
Men moet er altijd naar iets streven,
Om ‘t welzijn van zijn medemenschen denken.
In het geniep slechts mag men krenken,
Maar niet een facie ranslen dat het knalt,
Alleen omdat die trek mij niet bevalt.
Iemand mishandlen zonder reden
Getuigt van tuchtelooze zeden.



Ik wil niet in die smalle huizen wonen.
Die leelijkheid in steden en in dorpen
Bij duizendtallen heeft geworpen...
Daar loopen allen met een stijve boord
- Uit stijlgevoel niet, om te toonen
Dat men wel weet hoe het behoort -
Des Zondags om elkaar te groeten
De straten door in zwarte stoeten.



In Nederland wil ik niet blijven,
Ik zou dichtgroeien en verstijven.
Het gaat mij daar te kalm, te deftig,
Men spreekt er langzaam, wordt nooit heftig,
En danst nooit op het slappe koord.
Wel worden weerloozen gekweld,
Nooit wordt zoo'n plompe boerenkop gesneld,
En nooit, neen nooit gebeurt een mooie passiemoord.



Slauerhoff in Wikipedia



donderdag 12 maart 2009

De Esch - slot

File0001Onlangs liep ik door de Rotterdamse buurt 'De Esch', waar ik van 1983 tot 1993 heb gewoond. Aanvankelijk was het er prettig wonen. In de opzet van de toen nieuwe wijk leken de idealen van de jaren 60 gestalte te krijgen. Artistiekerige woongroepen vestigden zich er in zgn. 'flexibele woningen'. In de woongroepwijde achtertuinen werd op klanken van Andreas Geitenbreiers elektronische harp, gezamenlijk de mosselmaaltijd gebruikt. Maar het werd er steeds minder leuk. Uiteindelijk dreunden onze linkerburen elke nacht hun discoklanken door; de hond van rechts draaide drollen op het balkon; en hullie van boven stortten hun huisvuil in onze tuin (bij voorkeur als wíj erin rondliepen). Toen wij eens na een ontspannende zomervakantie terugkeerden in onze vergrauwende straat, bleken buurtkinderen soldaatje te hebben gespeeld; onze met zorg gediefde druiventrossen hadden daarbij als munitie gefungeerd.



Getuige de plaatjes die ik er schoot, waait er tegenwoordig een geheel andere wind door de buurt. Een kleurig bord tegen een van de woonkazernes meldt in eigentijdse newspeak:



Wij spreken elkaar hier op een respectvolle manier aan ... en spreken elkaar hierop aan!



Img_0128Mocht ik ooit een dergelijk sociaal realistisch kunstwerk in mijn geliefde Benthuizerstraat aantreffen, dan zal ik niet aarzelen. Ik zal onmiddelijk de druiventrossen bij Kathy's Winebar (voorheen Wijnproeverij Van Otterloo) van de gevel rukken en deze zeer onzacht tegen het bord werpen! De dienstdoende stadsmarinier (sorry, zoiets bestaat écht in Rotterdam) zij alvast gewaarschuwd!



Afb. boven: Paul van Ostaijen, Verzameld werk (Bezette Stad), Bert Bakker 1979