donderdag 17 mei 2007

Overheid en kunst (Brandgrens slot)

Er is de afgelopen dagen veel geschreven over de Rotterdamse brandgrens. Nog even, een laatste keer. Dat gedoe van Adriaan Geuze met z’n Fallerische (Faller = modelspoorbaanspul) geraniumlandschapje op het Rotterdamse Schouwburgplein, en ook die lichtbundels van Jeroen Everaert, bevielen me niet. (Misschien zou een tv-programma ‘Kunst, kitsch of megalanomie’ grappig zijn). Nu ja, in Rotterdam (The Netherlands) blijft het kleinschalig, ook al lijkt het als altijd weer groot(s) bedoeld. Het kan erger. Ik verwijs in dit verband naar twee sites. Lees vooral over de ‘naïveteit’ van Leni Riefenstahl en zie de kitscherige statements van Gert Hof (1951) over zijn eigen werk. Voor wie volgend jaar wegens de Olympics naar Beijing afreist: ook daar valt Hof ter plekke - al voor de tweede maal - te bewonderen.



Img_0031Kitsch en de massa. Clement Greenberg schreef in 1939: 'Kitsch verandert uiterlijk, maar blijft inhoudelijk hetzelfde; het bestendigt het contact van de dictator met de volksziel' (vert. ep). Maar, ach meneer Greenberg, ook qua vorm is er intussen niet zoveel veranderd hoor. We hadden er een halve eeuw voor nodig de overeenkomsten tussen Hitler, Stalin en Mao te ontdekken. Ook tussen de Olympische spelen Berlin 1936 en die van 2008 in Beijing is het verschil te verwaarlozen.





Riefenstahl



Gert Hof



maandag 14 mei 2007

Brandgrens

Img_0023Tot vannacht twee uur, werd in Rotterdam de brandgrens gemarkeerd van het bombardement van 14 mei 1940. Dit gebeurde door enkele honderden lichtkanonnen, geplaatst om het oude centrum, met een omtrek van zo’n 12 kilometer.



Bommen op Rotterdam

Img_0034_2“Ik hoop het nooit meer mee te maken”, heeft mijn moeder (78) altijd gezegd. Jarenlang heeft ze het verdrongen: “Dat is geweest, dat was vroeger, daar moeten we nu niet meer bij stilstaan”. Maar vandaag wil ze er wel degelijk bij stilstaan. Duidelijk en, zelfs bijna tastbaar voor mij (53, en dus geboren in ’53 – óók een-rampjaar-maar-dit-ter-zijde), beschrijft ze wat zoal bij haar boven komt. Bij bomalarm met de buren onder de trap in het portiek. De angst geraakt te worden door scherven. Maar qua angst beleefde zij de oorlog het meest nabij, toen in maart 1943 – in plaats van een havencomplex – per vergissing haar woonwijk, Bospolder-Tussendijken door de geallieerden werd gebombardeerd. Het aantal slachtoffers was fors, ten minste een derde van dat van het 14-mei bombardement.









Vanavond vertelde ze me dat er ‘ook goeie moffen’ waren geweest. Zoals een zekere Wilhelm, die door mijn opa af en toe mee naar huis werd genomen. (Wilhelm hoefde natuurlijk niet te weten, dat zijn gastheer de bezetter tegenwerkte door machines in zijn eigen havenbedrijf onklaar te maken). Na de oorlog was alles zwart/wit. Je was goed of ‘fout’. Eén van de buurmeisjes, waarmee mijn moeder ‘onder de trap’ had geschuild, werd bij de bevrijding kaalgeschoren en beschimpt. Een broer van dit ‘moffenhoertje’ kwam nooit terug uit een Duits kamp.









Vanmiddag werd Zadkine's Verwoeste Stad, na een opknapbeurt, opnieuw geïnstalleerd.



zondag 13 mei 2007

Jonker Fransstraat



02_jonkerfransstraatrutecksVijf jaar na het in brand schieten van Rotterdam, liet de heer A. Hitler zichzélf in de fik zetten. Uiteraard nuttigde hij eerst een gifcapsule, waarbij hij zich tegelijkertijd een kogel door het zieke hoofd joeg. H’s verkoolde lichaam werd nooit terugggevonden. Rotterdam’s oude stadshart evenmin.































03_jonkerfransstrDe Jonker Fransstraat is een van de vele straten die op 14 mei 1940 grotendeels werden ausradiert. Alsof het bombardement niet erg genoeg was, werd deze eens zo typische stadse straat tijdens de jaren zeventig en tachtig verder verwoest door projectontwikkelaars. Gisteren maakte ik er een fotootje. Toegegeven: dit is het ergste stukje JFS. Verderop, meer richting centrum, gaat-het-nog-wel. (Tenminste, als je enig gevoel bezit voor humor en camp). Ik zou er niet willen wonen, maar fiets er graag doorheen.





























04_img_0025De eerste foto laat de straat zien tegen het einde van de jaren dertig. De tweede toont de kapotte straat vanuit hetzelfde standpunt. (Fotografen onbekend). De derde foto, eveneens zo’n beetje vanuit dezelfde gezichtshoek, maakte ik dus gistermiddag.



woensdag 9 mei 2007

De passagiers van lijn 8

Img_0021Museum Boijmans Van Beuningen maakt reclame op de tram. Soms, als ik uit mijn raam kijk, passeert lijn 8 met Boijmans' coryfeeën. Carel Fabritius kijkt me brutaal aan. Armand Roulin ziet me niet; zijn blik is naar binnen gekeerd. De marskramer is nog altijd de weg kwijt en Lichtenstein en Ader bezorgen me tranen met tuiten. Wie je allemaal niet tegenkomt in de Benthuizerstraat; 'I'm too sad to tell you'.



Img_0022_1



vrijdag 27 april 2007

Nieuw-Crooswijk

Img_0006De afbraak van de Rotterdamse wijk Nieuw-Crooswijk is in volle gang. Natuurlijk etterde de vertrutting en de verpaupering er welig. Niet in de laatste plaats als gevolg van de 'renovatie' van zo'n dertig jaar geleden. Toch, ondanks die littekens, verkeren de meeste huizenblokken in goede staat. Je zou ze graag een tweede leven gunnen.



Verwilderd wonen

Img_0066Gisteravond fietste ik door een straat in de Rotterdamse buurt Oosterflank. Hadden de bewoners hier eigenlijk liever ‘wild’ willen wonen? Maar ja, rond het bouwjaar 1980 was Carel-Wildebouwer-Weeber in Rotterdam slechts bekend om zijn Peperklip. Dit is overigens geen voorbeeld van (semi) wild wonen. Het is érger, het is verwilderd wonen. In elk geval vrees ik hier een doorsnee Hollandsche straat, mét allochtone boom, te hebben gefotografeerd. Toch leuk, om langs te fietsen.