Posts tonen met het label Sculptuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sculptuur. Alle posts tonen

donderdag 2 juli 2009

Joris

JorisOp de binnenplaats van het Rotterdamse stadhuis ontmoette ik vanmiddag deze stadsmarinier avant la lettre. Een door de beeldhouwer Miedema (vermoed ik) bedachte gevelversiering naar Donatello's 'Joris'. Als Wilders (die niet zo van kunscht houdt) de baas wordt in Rotterdam, zal hij deze sculptuur wel gedogen. De Rotterdamse Joris heeft immers een gewone plompe Hollandsche boerenkop en is zelfs nichteriger dan Donatello's schepping. (Of was dat nou weer die man zónder haar, die dat belangrijk vond in verband met De Vrijbleivendhydt van Weningsfluiting?) Tijdens de Italiaanse Renaissance werden bijbelsche (al of niet apocriefe) en mythologische figuren vaak door machthebbers gebruikt om hun macht te consolideren. Lorenzo di Medici (Il Vecchio) haalde Cellini terug uit Parijs om een Perseussculptuur te vervaardigen. Perseus met afgehakte Medusakop, gesitueerd in het centrum van Florence, gaf aan wie er de baas was in de stad. Maar goed, Joris is er ter bescherming. Ter bescherming tegen de draak. Hoe die draak er uit ziet? Voor de één heeft-ie lang zwart haar aan z'n kin, voor de ander lang wit haar op z'n kruin.



dinsdag 17 februari 2009

Man Ray

Img_0113Man Ray is vooral bekend door zijn experimentele fotografie. Het Haagse Fotomuseum wijdt een expositie aan hem. Deze expo geeft naast bekend en (veel) minder bekend fotowerk, een beeld van Man Ray als huomo universalis én als erotomaan.



Man Ray 'Zorgeloos, maar niet onverschillig' is te bezoeken t.e.m. 19 april.



maandag 19 januari 2009

Coolsingelkunst

Nog meer Coolsingelkunst. Deze entreeversiering werd 60 jaar geleden vervaardigd in opdracht van de Rotterdamsche Bank. De kunstenaar is Gerard Héman (1914-1992).



Img_0012



vrijdag 26 december 2008

Charley (v)

Img_0279De 15-jarige Kareltje blikt verbijsterd de wereld in. Zíjn wereld; het rijk waar de zon nooit onder ging. Dit merkwaardige terra cotta werd een half millennium geleden vervaardigd. Het is tijdelijk te bewonderen op de Erasmus-tentoonstelling in Boijmans Van Beuningen.



maandag 29 september 2008

Ding bij de Bij

Het gebouw De Bijenkorf van Marcel Breuer en het plastiek van Naum Gabo zijn iconen van het na-oorlogse modernisme in het Rotterdamse stadsbeeld. Gabo's plastiek, door Rotterdammers ook wel 'Het Ding' genoemd, moet nodig worden gerestaureerd. Naar verluidt gaat dat in de komende maanden eindelijk gebeuren. Het gebouw en het plastiek, ooit eigendom van De Bijenkorf, zijn sinds enige jaren in het bezit van een vastgoed-beleggingsmaatschappij. Hierbij wat foto's, die ik vanmiddag maakte.



Img_0031 Img_0022 Img_0027 Img_0036



zondag 1 juni 2008

Blijdorp en Van Ravesteyn

Img_0033Sinds 1991 is het oorspronkelijke ontwerp van Sybold van Ravesteyn opgenomen op de monumentenlijst van Rotterdam. Diergaarde Blijdorp beschouwde Van Ravesteyn als zijn omvangrijkste werk uit de periode 1930-1940, en ook als zijn levenswerk.



Voor mij is een bezoek aan Diergaarde Blijdorp allereerst een bezoek aan Van Ravesteyn. Ik bezocht de dierentuin voor 't eerst met mijn vader in 1960. Later met vriendjes (tas met mariakaakjes en een fles limonade kregen we mee). Natuurlijk, olifanten, zeeleeuwen, giraffen: allemaal aardig. Maar vooral de bouwsels van Van Ravesteyn bleven op m'n netvlies. En verdomd, elke keer als ik er terugkom is Van R. voor mij het hoogtepunt. In de jaren zeventig als kunstacademiestudent. Met m'n kleine broertje. Met m'n kinderen. En ook vandaag weer met m'n ouders + rest van de familie. Dankjewel Sybold!



Voor zijn barokke tierelantijnen en beelden, werkte Van Ravesteyn samen met kunstenaars. Om het betaalbaar te houden gebeurde de uitvoering in die tijd vaak in beton. Ik weet helaas te weinig van de stijlkenmerken om de gevleugelde dame met eenhoornen op de foto aan iemand toe te kunnen schrijven. Kuilenburg. Uiterwaal? Zoek ik nog wel 'ns uit.



zaterdag 12 april 2008

Gehoornde Mozes

MozesVandaag nog even de tentoonstelling Vroege Hollanders in Boijmans Van Beuningen bezocht. Ontmoette een chagrijnige 'gehoornde' Mozes met grappige uitstaande haarplukjes. In het Hebreeuws komt het woord voor ‘licht’ (karan) overeen met het woord voor 'hoorn’ (keren), althans, het wordt net zo geschreven. In bijbelvertalingen was daardoor eeuwenlang sprake van een 'gehoornde', in plaats van een 'lichtende' Mozes. Een foutieve vertaling dus, hoewel het evenmin aannemelijk is dat Mozes licht zou hebben uitgestraald. De bekendste Mozes blijft natuurlijk die van Michelangelo. Zijn gehoornde haardos refereert aan Elzasser zuurkool met worstjes. Heerlijk.





Michelangelo_mose_2007_5 Foto Michelangelo's Mozes (détail): Ulrich Mayring (voor Wikipedia)



Boijmans Van Beuningen



maandag 20 november 2006

Volledig

Img_0095_1 De tentoonstelling over Henry Moore in de Rotterdamse Kunsthal, betreft een overzicht van zijn werk in samenhang met architectuur. Je krijgt niet gauw de kans om zoveel monumentaal werk bij elkaar te zien van een genius als Moore. Mijn mond viel open van verrukte verbazing. Een paar uur walste ik tevreden rond de voluptueuze, antropomorfe, of op reuzenwervels lijkende bronzen met groene-, gele en rode patina's.



Img_0092 Een gat is ook een vorm oordeelde Moore. Een beeldhouwer moest zich volgens hem voortdurend bezighouden met de 'volledige' ruimtelijke vorm. Hij liet zich inspireren door kiezels bijvoorbeeld, die - ook al passen ze in de holte van je hand - monumentaal van vorm kunnen zijn. Ook keek hij naar de houtbewerkers van West-Ierland (Oceanië). Deze kunstenaars kerven zoveel weg uit een stuk hout, dat de holle ruimten die hierdoor onstaan, medebepalend zijn voor de vorm van het totale object.



Kopie_van_1272779_img Natuurlijk besteedt de Kunsthal aandacht aan het bakstenen wandreliëf voor het Bouwcentrum (1955), een werk dat zelfs bij Rotterdammers behoorlijk onbekend is. Behalve enkele levensgrote fotowanden, die mede de sfeer in de ruimte bepalen, zijn er kleine (brons)modellen en vitrines met ontwerpen, foto's en correspondentie. Moore had het vaak moeilijk met architecten. Zijn wand aan het Bouwcentrum is aangebracht aan de noordzijde, in plaats van de zuidzijde. Schaduwen spelen een belangrijke rol in Moore's werk. In Rotterdam zijn wel schijnwerpers aangebracht, maar die werpen altijd dezelfde schaduw. Met de architect Pei kon hij goed opschieten. De beeldhouwer en de architect selecteerden in goed overleg reeds bestaande objecten voor vier van Pei's gebouwen in de V.S.



Img_0105 In een van de vitrine's tref ik een paar foto's aan van de opstelling destijds in het Amsterdamse Stedelijk, waar de voorlaatste grote Moore-tentoonstelling in Nederland plaatshad. En ik zie opeens de waarde van Koolhaas' Kunsthal. Je kunt die geniale objecten hier blijkbaar moeiteloos op volmaakte wijze parkeren. Hoewel museumdirecteur Sandberg destijds zijn nek uitstak om grote kunst het land binnen te smokkelen, lukte het hem kennelijk niet altijd deze ook goed neer te zetten. Ach, toen ging het nog om de schok van het nieuwe. Die schok keert niet terug, maar het genot blijft. De tentoonstelling duurt nog tot 18 januari.



De Kunsthal



Henry Moore Foundation



donderdag 9 november 2006

China

Kopie_van_img_0072_1 Hoera ik ga weer naar China! Vorig jaar oktober bezocht ik Oost-Tibet en reisde vandaar per bus en per trein via Chengdu naar Beijing. Artistiek hoogtepunt was voor mij de kunstenaarswijk Dashanzi, waar ik sprak met de kunstenaars Song Dong, Feng Yan en Gao Zhen. Was mijn bezoek vorig jaar verkennend en passief, voorjaar 2007 ga ik er aan het werk.



Mijn vriendin organiseert al jaren kunst- en cultuurreizen naar China, in het bijzonder naar Tibet. Van origine landschapsarchitect, besteedt zij veel aandacht aan de Tibetaanse stedenbouw en de cohesie daarvan met de landschappelijke omgeving. Sinds vorig jaar richt zij zich ook (weer) op hedendaagse Chinese architectuur, de wisselwerking met occidentale architectuur en de vestiging van Europese en Amerikaanse architecten in China. Zojuist heeft zij een succesvolle architectuurreis afgesloten naar Beijing en Sjanghai. Momenteel overleg ik met haar hoe we het komende jaar reizen gaan organiseren voor kunst- en architectuurliefhebbers. Het zwaartepunt van mijn inbreng zal op het gebied van de beeldende kunst liggen.



Onwesters

Img_0002_1 Enkele jaren geleden koos ik voor de Leidse Universiteit omdat daar bij de studie Kunstgeschiedenis, relatief veel aandacht zou zijn voor niet-Westerse kunst. In de praktijk valt dat wat tegen. Wel brengen prof. Kitty Zijlmans en dr. Helen Westgeest de hedendaagse mondiale kunst uitgebreid voor het voetlicht. Maar historisch is er weinig. Ook nu stelt het aanbod - maar wellicht óók de vraag - enigszins teleur. Met een bescheiden groepje van de Leidse Kunsthistorische Vereniging maakte ik afgelopen dinsdag een wandeling door de afdeling Oceanië in het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden. Behalve uit twee jonge studenten, bestond ons gezelschap uit vijftigers en zestigers. Dr. W. Van Damme, sinds een tijdje verbonden aan het Kunsthistorisch Instituut, om niet-Westerse culturen te belichten, leidde ons rond.











Westerse kunstenaars komen vanaf het begin van de vorige eeuw in de ban van Afrikaanse kunst. Picasso’s ‘les demoiselles d’Avignon’ uit 1906 is hiervan het bekendste voorbeeld. Volgens Van Damme zijn Oceanische kunstvoorwerpen pas later de fantasie van Westerse kunstenaars gaan prikkelen. Hij noemt Max Ernst en Henry Moore.





Ethnografische musea ontstaan in het Westen tijdens de tweede helft van de negentiende eeuw. Veel wordt verkregen door priesters, die in ruil voor de Blijde Boodschap, met voorouderbeelden en maskers naar het moederland terugkeren. Iconografisch onderzoek is er niet; aandacht voor individualiteit ontbreekt volledig. De Leidse antropoloog Adriaan Gerbrands is de eerste wetenschapper die rond 1960 in Nieuw-Guinea (Irian Jaya) op zoek gaat naar de individuele kunstenaar.





Bijgaande foto betreft voorouderbeelden uit een cultushuis uit Abelon, Irian Jaya. Dergelijke beelden worden op een geheime locatie door ingewijden vervaardigd, alvorens te worden ondergebracht in het desbetreffende compartiment. Een cultushuis bestaat uit meerdere achter elkaar gelegen segmenten. Al naar gelang hun leeftijd of status zijn de mannen van Abelon gemachtigd bij initiaties dieper in het huis door te dringen. Na de riten, zijn de beelden overbodig geworden en laat men ze wegrotten in het woud. De beeldengroep in het museum werd overigens in de jaren negentig door Abelon te koop aangeboden en voor het museum verworven. In dit geval vond verscheping niet eerder plaats voordat van elk onderdeel niet alleen de betekenis, maar ook de maker bekend was.



Overigens vindt de laatste jaren een significante aandachtsverschuiving in de hedendaagse mondiale kunst plaats, ongetwijfeld mede veroorzaakt door tentoonstellingen als ‘Les magiciens de la Terre’ (Parijs,  1989) en de Documenta 11 (2002).





(Nou, ik heb wat problemen met de techniek. Het lukt me niet om de boel in alinea's te verdelen. Komt later wel goed. Zal dan ook nog wat interessante links erbij zetten).







zaterdag 4 november 2006

Masa Ariyoshi

Kopie_van_leiden_026 Vandaag was ik in het Sieboldhuis in Leiden voor de tentoonstelling ‘Een Japanse in Nederland, de schilderkunst van Masa Ariyoshi’. Curator Louk Tilanus, die met Ariyoshi (1948-1999) was getrouwd, ken ik als docent van mijn studie kunstgeschiedenis aan de Leidse universiteit. Behalve voor de inrichting van de retrospectieve expo, zorgde hij voor een liefdevolle uiteenzetting over Ariyoshi’s werk onder dezelfde titel als die van de tentoonstelling (ISBN 90-7859901-4). Het hiernaast afgebeelde brons is van Aart Schonk.



Leiden_014_1 Ariyoshi kwam op haar zestiende naar Nederland. Haar Japanse wortels en haar opleiding van 1966 tot 1972 aan de Rijksakademie in Amsterdam, versmolten haar oeuvre tot een hybride karakter. Haar thema’s - landschap, interieur, stilleven, portret - zijn Nederlands; haar composities, lichte toets en zachte kleurgebruik, eerder Japans. Tilanus: “Haar werk heeft zijn wortels in de in de figuratieve traditie van de Rijksakademie waar geleerd werd dat een schilderij in de eerste plaats een samenhangend geheel moet zijn. Zij is een ‘schilders’ schilder’: hooggeschat onder collega’s omwille van de doordachtheid waarmee ze haar werken opbouwde”.



Leiden_029 Haar methode kenmerkt zich door flink terpentijngebruik, waardoor een pastelachtig coloriet ontstaat. Die pasteltinten waren tijdens de laatste decennia van de voorbije eeuw in het Westen minder gebruikelijk. In die gladheid detoneren pasteuze details en vlakken.



Leiden_045_1Wat is dat nou toch, die verschillen in Oosterse en Westerse opvattingen? Wat is nou typisch Oosters, of Westers? Tilanus interviewde twee van Ariyoshi’s vroegere docenten. Uit die vraaggesprekken komt naar voren dat zij de adviezen van haar begeleiders, weliswaar ter harte nam, maar toch op eigen (Japanse?) wijze uitvoerde. Het was niet gewoon het recalcitrante gedrag van een jonge eigengereide studente, maar meer een andere - inherente - manier van kijken. Met een diplomaat als vader is Ariyoshi opgegroeid in een kosmopolitisch milieu. Haar werk brengt je in verwarring: je meent Monet, Matisse en Moriandi te herkennen, maar dan in een Oosterse setting. Paradoxaal is in dit geval natuurlijk het japonisme aan het einde van de negentiende eeuw. Het Japanse gevoel voor reductie heeft onmiskaar de Westerse 'moderne' kunst beïnvloed.